Uit onverdeeldheid treden met grote verschillen

Loredo
Topic Starter
Berichten: 10
Juridisch actief: Nee

Re: Uit onverdeeldheid treden met grote verschillen

#16 , 04 feb 2021 01:29

@ nicky 54

Volgens mijn advocate is die vemogensverschuiving zonder oorzaak wel degelijk waar het schoentje wringt.
Het aantonen van het niet-definitieve karakter ervan zal niet evident zijn.
Dat is in het verleden uiteraard meermaals het onderwerp van gesprek en discussie geweest, en het feit dat er telkens discussie van kwam is de hoofdoorzaak dat het investeringsverschil nooit officieel vastgelegd is geworden.
Gesprekken uit het verleden zijn helaas geen geweldig bewijs in een gerechtelijke procedure...
Ik heb alvast de opdracht gekregen van alle geldstromen die mijn investering kunnen bewijzen te reconstrueren.

Jureca
Juridisch actief: Ja
Regio: België

Een juridische oplossing. Voor elk probleem, voor iedereen!

Benieuwd naar jouw juridische opties? Jureca begeleidt jou aan de geschikte oplossing. Klik hier om jouw situatie te beschrijven en we nemen binnen de 24 uur met jou contact op voor persoonlijke begeleiding
nicky54
Berichten: 218

#17 , 07 feb 2021 07:20

Toepassing Cassatiearrest 27 september 2012 - Uit een Staat van vereffening-verdeling huwgemeenschap/onverdeeldheid de dato 8 februari 2019.

Door partijen werd een onroerend goed aangekocht vóór het huwelijk en behoort toe aan partijen elk ten belope van de onverdeelde helft.

Partij A (man) was op datum van het huwelijk houder van spaargelden ten bedrage van € 115.270, waarvan de onbetwistbare bewijzen werden voorgelegd.
Partij B (vrouw) betwist dit niet.

Wederzijdse vorderingen van partijen :
Vorderingen van partij A :
1. Partij heeft met voormelde eigen gelden volgend bedrag betaald in het kader van de aankoop (voorschot + notariskosten) van de onverdeelde woning : € 16.491,16, waarvan de helft ten laste valt van partij B, gezien het onroerend goed aan beiden toebehoort, ieder voor de helft.
De vordering bedraagt derhalve een bedrag van : € 8.245,58.

VONNIS 2 maart 2017 Rechtbank van Eerste Aanleg :
Voormeld vonnis de dato van 2 maart 2017 bevestigt het standpunt van de optredende notaris dat het onroerend goed in onverdeeldheid is tussen partijen en dat de vergoedingsregeling zoals voorzien in artikel 1435 BW niet van toepassing is en dat het in casu om een gemeenrechtelijke onverdeeldheid gaat.
Het voormeld vonnis de dato 2 maart 2017 stelt dat in zoverre de notaris de door hem weerhouden vergoeding ten voordele van partij A steunt op de leer van de verrijking zonder oorzaak, deze vordering derhalve wel degelijk voor herwaardering in aanmerking kan komen.
Gezien de vorderingen hun oorzaak vinden in de aankoop, financiering of verbouwing van een onroerend goed is, in het licht van het arrest van het Hof van Cassatie van 27 september 2012 (Cass. 27 september 2012, C.11.0195.F), en conform het vonnis de dato 2 maart 2017, de schuldvordering van partij A een waardeschuld en geen sommenschuld. De vergoeding dient derhalve geherwaardeerd te worden.
De herwaardering van de vergoeding wordt bepaald in functie van de meerwaarde van het goed op datum van de ontbinding van het stelsel.
Het eigendom werd aangekocht in 1996 voor een koopsom van € 95.439,00.
Het schattingsverslag de dato 30 maart 2011 schat de waarde van het goed op € 166.000,00.
Dit betekent een waardevermeerdering van 73,93%.
Het bedrag van de geherwaardeerde vergoeding bedraagt derhalve : € 14.341,79.

2) Vordering door partij A voor verbouwingswerken vóór het huwelijk gefinancierd met eigen gelden : € 1.267, waarvan de helft ten laste valt van partij B, gezien het onroerend goed aan beiden toebehoort, ieder voor de helft.
De vordering bedraagt derhalve een bedrag van : € 633,91.
Het bedrag van de geherwaardeerde vergoeding bedraagt ; € 1.102,57

3) Vordering door partij A ingevolge de betaling van het hypothecair krediet met eigen gelden voor een totaal bedrag van : € 84.757,13, waarvan de helft ten laste valt van partij B, gezien het onroerend goed aan beiden toebehoort, ieder voor de helft.
De vordering bedraagt derhalve een bedrag van : € 42.378,57.
De vordering van de geherwaardeerde vergoeding bedraagt derhalve : € 73.710,35.
Totaal bedrag der vorderingen na herwaardering : € 89.153,18

Gezien het hier een gemeenrechtelijke vergoeding betreft zijn, overeenkomstig artikel 1450,2° B.W., interesten verschuldigd vanaf de ontbinding van het stelsel, met name vanaf de datum van het vonnis.

Vorderingen van partij B : Nihil.

Loredo
Topic Starter
Berichten: 10
Juridisch actief: Nee

#18 , 07 feb 2021 09:36

Ok, dat is duidelijk, de bedragen liggen wel iets lager dan in mijn geval ...
Maar heb ik goed begrepen dat het in dit voorbeeld gaat over gehuwden ?
Wij waren nl. niet gehuwd, maar wettelijk samenwonend...

Reclame

nicky54
Berichten: 218

#19 , 07 feb 2021 18:02

Het onroerend goed werd aangekocht vóór het huwelijk, dus tijdens de feitelijke samenwoonst.
Het gaat aldus om een gewone gemeenrechtelijke onverdeeldheid tussen partijen en niet om een goed dat deel uitmaakt van de gemeenschap zodat om die reden de wettelijke regels van de artikelen 1432 tot 1438 B.W. (betreffende vergoedingsrekeningen in een gemeenschapsstelsel) daarop géén toepassing vinden.
In die zin is ook een vergoeding mogelijk, onder de vorm van schuldvorderingen tussen partijen.
Hetzelfde geldt voor wettelijk samenwonenden. De onverdeeldheid die ontstaan is naar aanleiding van de beëindiging van het samenwonen dient vereffend en verdeeld te worden volgens de regels van de mede-eigendom.
Dezelfde vorderingsrekeningen zijn dus ook van toepassing voor wettelijk samenwonenden.

Terug naar “Huwelijk & Samenwoning”